Hoe om te gaan met archeologie in Europa: archeologieregimes op één lijn

Door Elfenpad - Eigen werk, CC BY-SA 3.0

Archeologie heeft steeds meer overheidssteun nodig om zowel academische als maatschappelijke voordelen te optimaliseren. Dat blijkt uit een onderzoek van een Nederlands team naar de werking van contractarcheologie in vijf EU-landen, dat begin februari is gerapporteerd aan het Nederlands Erfgoedbureau RCE

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Tweede Kamer vooruitlopend op de evaluatie van de Erfgoedwet deze zomer. Eerder baarden drie problemen in het Nederlandse archeologisch erfgoedbeheersysteem steeds meer zorgen. Rapporten over door ontwikkelaars geleid archeologisch onderzoek, geliberaliseerd sinds de ratificatie van de archeologische conventie van Valletta (Malta) van de Raad van Europa, zijn niet altijd geschikt voor later academisch onderzoek. Kennisopbouw is met andere woorden suboptimaal.

Bovendien zijn de resultaten van archeologische reddingsopgravingen niet goed toegankelijk voor een breder publiek. Ten slotte leidt decentralisatie van het bestuur naar gemeentelijk niveau tot verlies van kritische massa voor het toezicht op dit vaak zeer gespecialiseerde werk, dat bovendien vooral relevant is op bovengemeentelijke schaal. Alle drie de vraagstukken houden verband met decennia geleden gemaakte politieke keuzes voor een commercieel en gefragmenteerd, neoliberaal erfgoedregime in Nederland. 

Archeoregimes

Het Nederlandse parlement vroeg zich af welke inspiratiepraktijken in het buitenland zouden kunnen bieden. Afgelopen winter zijn vijf 'archeoregimes' onderzocht, in Zweden, Denemarken, Rijnland, Vlaanderen en Engeland. De basis was literatuur over wet- en regelgeving en de mening van stakeholders over de effectiviteit van hun regimes. 

Hoewel alle gebieden grote verschillen vertonen in de toepassing van dezelfde Valletta-principes, worstelen ze allemaal met dezelfde vraagstukken als de Nederlanders, waarvoor zo'n 40 elementen van potentiële inspiratie bleken te zijn. Deze variëren van juridische regelingen op hoog niveau ("de vervuiler betaalt"-beginsel voor zowel academische als publieke resultaten) tot zeer praktische oplossingen (jaarlijkse overheidsfinanciering voor synthetisch onderzoek op basis van contract-archeologische rapporten).

Over de onderzochte regio's heen bleek dat een regionale focus, op een niet te laag niveau, de beste context biedt voor duurzaam erfgoedbeheer, zowel inhoudelijk als bestuurlijk.

Bron: R. Knoop, H. van Londen, M. van den Dries, S. Landskroon, Brave nieuwe werelden. Buitenlandse inspiratiebronnen voor Nederlands archeologisch erfgoedbeheer. Amsterdam: Gordion Cultureel Advies 2021 en Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Lees meer over oudheidkunde of bekijk een van de onderstaande tags:

Dit artikel is oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd. Teksten in andere talen zijn AI-vertaald. Om de taal te wijzigen: ga naar het hoofdmenu hierboven.

Doneren